Home Column's Column 13

Column 13

Trimloop

“Hee, Lars, is dat niet wat voor jou?” roep ik naar mijn zoon.

“Wat ma?” is zijn wedervraag.

“Nou, ik lees hier net dat bij de Smildeger Kampioenschappen ook een trimloop wordt gehouden. Je kan je daar zaterdagmorgen nog voor inschrijven.”

“Ja, daar wil ik wel aan meedoen”, zegt hij enthousiast.Lars is altijd snel met lopen, tenminste als ik hem moet geloven. Hij wint op school meestal van zijn vriendjes. Nu kan hij eens laten zien of hij dat tempo een tijdje kan volhouden, en wel 1800 meter. Ben benieuwd.

“Mam, mam… wij willen ook mee doen”, reageren Tara en Cindy.

Prima, denk ik. Eindelijk gaan ze iets doen wat onbekend voor ze is. OOhh…. Dit klinkt wel een beetje negatief over mijn eigen kinderen. Ik bedoel het niet zo. Wat ik er mee wil zeggen is dat het eigenlijk echte boeren zijn: ‘Wat een boer niet kent eet ie niet!’ Ze spelen vaak op safe en zijn dus erg gehecht aan hun eigen patroontjes. Maar goed, hardlopen wordt het.

Van oefenen hebben ze nog niet gehoord en vinden het ook niet nodig.

“Ach, dat stukje kunnen we toch wel volhouden!” is het commentaar.

Jaja, we zullen zien. Ik ben erg benieuwd hoe ze het er af zullen brengen en of ze het een positieve ervaring zullen vinden. De rest van de week is de trimloop het onderwerp van gesprek in positieve zin. Tot de vrijdagavond ervoor. Lars zijn ‘al-het-nieuwe-vind-ik-eng’ komt boven zetten: “Mam, ik weet niet of ik morgen wel mee doe…..”

Ik reageer er maar niet op.

Zaterdagmorgen is het dan zover. Tara en Cindy staan op tijd in de startblokken: trainingspak aan en maar warming up uitvoeren. Lars wordt stiller en stiller. Ik zie zijn gezicht betrekken en besluit dat het tijd voor actie is.
“Lars, luister eens lieverd, als je niet mee wilt doen is het goed … maar je was er de hele week zo enthousiast over, het zou jammer zijn als je het dan niet doet. Het maakt toch niet uit op welke plek je eindigt? Als je maar plezier hebt.”

Hij kijkt me aan, duikt met z’n hoofd in zijn handen en komt weer omhoog: “Ik doe mee!”

Voor 10.15 uur moeten we de kinderen inschrijven bij de Smeltehal. Ze krijgen allemaal een nummer die ze midden op hun borst moeten spelden. Daarna lopen we richten de Kastanjelaan, waar om 10.30 uur de start zal zijn. Er staan zo’n veertig kinderen te wachten tot de race begint. Tara en Cindy moeten twee rondjes lopen en Lars vier. Als het denkbeeldige startschot klinkt rennen de kinderen in een kluitje weg. Lars en Tara zitten in de verdrukking, maar redden zich er snel uit. Lars ligt bij het ingaan van de eerste bocht al derde. Goed zo, vent, zet hem op. Na één rondje zien we verhitte gezichten voorbij komen. Cindy lijkt op het eind van haar latijn. Na twee rondjes komen Tara en Cindy hijgend over de finish. Ze hebben het gehaald, allebei, vierde en vijfde plek, de hele tijd hardlopend. Wat ben ik trots op ze. Lars moet nog twee rondjes en ligt inmiddels op de tweede plek. Zal hij het volhouden? Aan zijn gezicht te zien wordt het een moeilijke eindstrijd. De laatste meters …. ik ren richting de finish en moedig hem aan …. tweede plaats!. Nog één om supertrots op te zijn. Wat een karakter.

 
Column