Home Column's Column 9

Column 9

Kinderwens

 

 

Soms overvalt mij de gedachte: Waar kwam die kinderwens toch vandaan? Heeft u dat ook wel eens? Als die lieve, schattige dochtertjes en zoontjes elkaar weer in de haren zitten; of als ze geen zin hebben en alleen maar het woordje ‘nee’ nog tot hun uitgebreide vocabulaire lijken te bezitten? Zo had ik laatst een zeer boos meisje voor mij staan. Wat was het geval: Het is zomaar een vrijdagmorgen, even na acht uur. Tijd om de kids naar school te brengen. Op vrijdagmorgen ga ik meestal direct boodschappen doen en neem dus gelijk de kratten enz. hiervoor mee. Daarnaast had ik deze keer ook nog de schoenendozen, wel te verstaan drie stuks, voor het project van schoenmaatje (by the way, een geweldig project). Mijn handen had ik daardoor meer dan vol. Tegen de kinderen zei ik dat ze zelf hun schooltassen mee moesten nemen naar de auto. Na zo’n vijf herhalingen kwam die boodschap, dacht ik, eindelijk over. Eindelijk zitten we goed en wel in de auto op weg naar school. Het is maar een klein stukje, maar ja op de fiets kan ik alle boodschappen niet houden. Bij school aangekomen vraagt Cindy aan Tara: “heb jij je gymtas wel mee?” Oh, nee toch, schiet het bij mij door mij hoofd, en ik heb het nog wel zo gezegd. Rustig blijven, Toos …… rustig blijven. Ik beheers me en stap uit, doe de achterklep omhoog en zie inderdaad dat er maar één gymtas ligt. Tara is meteen over de toeren. Ze grist haar schooltas uit de auto en komt voor mij staan: “waarom heb je mijn gymtas niet meegenomen?” één, twee, drie …… ik open mijn mond, maar doe hem verstandig weer dicht. Even nadenken ….. o ja: “ik had toch tegen je gezegd dat je zelf je tassen mee moest nemen, meisje!” Dit had ik beter niet kunnen zeggen. Ze haalt uit en smijt haar schooltas tegen mijn been. “Au, dat doet pijn. Dat doe je niet weer,” haal ik boos naar haar uit. Huilend en stampvoetend loopt ze voor me uit. Heerlijk die kinderwens! Ik kan het niet nalaten om nog een keer naar haar te roepen: “Ik heb het wel tien keer tegen je gezegd vanmorgen.” “Tien keer maar?” hoor ik ineens achter mij. Een andere moeder heeft het tafereeltje gevolgd en zegt lachend: “Het is meestal gebruikelijk om het wel twintig keer te zeggen, hoor.” Ach ja, denk ik, het zal overal wel hetzelfde zijn. Ik heb al spijt van mijn boze woorden en zeg tegen Tara dat ik haar gymtas wel na kom brengen. Eigenlijk weet ik het ook wel. Ze zijn nog zo klein en kunnen dat nog niet allemaal overzien. Ooit heeft een therapeut tegen ons gezegd dat de ontwikkeling van dit soort zaken pas komt als kinderen een jaar of twaalf à dertien zijn. Dus dan hebben we nog even te gaan. Als ik mij er iedere keer druk over moet maken, ben ik tegen die tijd wel overspannen. Bovendien is het bij de kinderen zo weer naar de tenen gezakt. Zij zitten vrolijk in de klas en ik zeker piekerend mijn dag verder gaan. Nee, echt niet! Vrolijk haal ik Tara’s gymtas op en ga daarna mijn boodschappen doen.’s Middags zegt Cindy ineens tegen mij: “Mama, ik vind jou de allerliefste, ik vind jou veel liever dan jij mij vind.” Mijn hart smelt. Maar dat is nog niet alles. Tara gooit er nog een schepje bovenop: “Mam? Jij was toch heel blij toen je hoorde dat je een tweeling kreeg?” “Ja, meisje.” “Want doordat je ons kreeg had je toch de drie kinderen die je zo graag wilde.” (Wat een wijsneus) “En ik ben ook blij dat jij mijn mama bent, want ik hou heel veel van jou, veel meer dan jij van mij houdt!” Tja, nu weet ik ook weer waar die kinderwens vandaan kwam……
 
Column