Home Column's Column 8

Column 8

De terugreis 

Het is drie uur ’s morgens als de wekker gaat. Vermoeid kijk ik op. O ja, over een half uur worden we naar het vliegveld gebracht. Onze vakantie in dit geweldige oord zit er weer op. Snel ga ik mij wassen en de meiden wakker maken. Lars heeft de hele vakantie bij Oma op de kamer geslapen. Die bellen we op: “Ben je al wakker, ventje?” Even later staat hij voor onze deur. De rest van het hotel is nog in volle slaap als we naar beneden gaan. Voor het laatst in de glazen lift. Voor het laatst het filmsterrengevoel. Nog even alles goed bekijken. Dit was het dan, we gaan weer terug naar huis. Beneden is het wachten op de bus die ons naar het vliegveld moet brengen. Uiteindelijk komt hij veertig minuten te laat. De bus hobbelt aardig voort op weg naar het vliegveld. Ik houd mijn hart vast. Onze kids zijn namelijk allemaal wagenziek. Gelukkig komen we zonder overgeven aan op het vliegveld. Snel checken we in en dan door de douane. Cindy begint steeds bleker te zien en hangt helemaal tegen mij aan. “Wat is er meisje?”, vraag ik haar. Snikkend antwoord ze: “ik moet naar de wceeeehee.” Als we eindelijk door de douane heen zijn sleur ik haar naar de dichtstbijzijnde wc. Schoon is anders, maar ze hangt mooi boven de toiletpot. Er komt niets. Weer terug naar de anderen. We lopen langzaam naar de uitgang waar ons vliegtuig staat. Nog snel een flesje drinken voor Lars kopen. De verkoper zegt droog: “Seven Euro’s.” Ik hap naar lucht en breng nog net uit: “What!” Maar de man wordt er niet heet of koud van en ik heb maar gewoon zeven euro voor een halve liter powerdrink te betalen. Lang kan ik er niet over nadenken, want Cindy hangt weer aan mijn arm: “Mam, ik moet naar de wc.” Hup, maar weer naar die vieze wc’s. Net als de vorige keer is het nu ook tevergeefs. Na een paar minuten staat ze op zonder iets kwijt te zijn. Arm meisje! We gaan naar het vliegtuig. Als ik het vliegtuig binnenstap klopt een stewardess op mijn buik: “Pregnant?” Verschrikt kijk ik haar aan: zo’n dikke buik heb ik toch ook weer niet? Vlug kijk ik naar beneden en zie het probleem. Mijn jurkje is door de tas op mijn schouder aan de voorkant helemaal opgebold. Het enig wat ik kan uitbrengen is een welgemeend: “No, no, noo no!”  Het gevolg is wel dat ik zo door kan lopen, want Erik schreeuwt luid door het gangpad: “Pas op, zwangere dame!” Snel ga ik tussen Tara en Cindy in zitten. Niet veel later begint het vliegtuig al te taxiën over de startbaan. Als we gaan opstijgen hoor ik een kreun naast mij: Cindy staat op het punt om alles er uit te gooien. Gelukkig heb ik al een kotszakje in mijn handen. Ik wil het opentrekken maar ontdek dat er eerst nog een rand afgescheurd moet worden. Dit lukt niet. Inmiddels begint Cindy met overgeven….. wie heeft die scheurrand aan de stomme zakje gemaakt. Ik raak in paniek en vergeet iedereen en alles om mij heen. Mijn doel is: mijn kleine, zieke meisje zo goed mogelijk te helpen. Ik roep, nee schreeuw: “help, HELP, wie heeft er een zakje voor mij!” Wel heb ik nog de tegenwoordigheid van geest om op het helpknopje te drukken. Vliegensvlug komt er een stewardess aan die mij een hele rol keukenpapier toegooit. Even snel als ze er was is ze ook weer weg. “Laat maar mama”, hoor ik naast mij, “het is al weer over.” Met de keukenrol probeer ik de rommel wat op te ruimen, totdat: “Maahaam ….” Meer kan ze niet uitbrengen, want de volgende lading komt er al aan. Met stukken keukenpapier in mijn handen probeer ik op te vangen wat er uit haar mondje gutst. In het vliegtuig is het muisstil als ik (alweer) schreeuw: “Help, help, hellluuuupppp!” Van alle kanten krijg ik opengemaakte zakjes toegeworpen, maar het hoeft al niet meer. Alles ligt op de stoel, in mijn handen en op de vloer. Wat een puinhoop. Maar mijn meisje is het wel kwijt!Uiteindelijk landen we veilig en wel op Eelde. We zijn weer thuis.

 
Column