Home Column's Column 20

Column 20

Schoolkamp

  

Wat is er mooier voor een kind dan met je eigen klas op schoolkamp te gaan. Lekker laat naar bed, geen papa en mama die aan je hoofd zeuren en heerlijk ouwehoeren met je klasgenootjes.

 

Voor Lars was het dit schooljaar zover: Op schoolkamp. En moeders ging mee. Voor hem dus niet helemaal een kamp zoals hij graag gewild had, maar ik had hem beloofd om zo min mogelijk op hem te letten. (voor zover een moeder dat kan) Van te voren had ik al heel wat verhalen gehoord over voorgaande schoolkampen. Ik was dan ook enigszins bezorgd over hoe ik dit kamp zou overleven.

 

Op een woensdagmorgen in de tweede week van juni verzamelden we allemaal bij school. Om 9.00 uur werden we, luid toeterend, uitgezwaaid door de rest van de school. Ons grote avontuur was begonnen. Een uur later arriveerden we in Ommen, alwaar we in een geweldig groot, wit huis werden verwelkomd door de gastvrouw. De kinderen, uitgelaten als ze waren, schieten van kamer naar kamer en weer terug naar buiten. Vrij snel hebben we de eerste dag er al op zitten. Maar wat is een kamp zonder ‘Spokentocht’?

 

Toen de duisternis was ingevallen gingen wij, na opwarming van een heerlijk spookverhaal, met de gehele groep op pad richting het bos. In het bos werd het nog donkerder door de bomen die over ons heen hingen. Plots kwam er een vreemde man gillend voorbij rennen. Dit was nog maar het begin, maar er waren diverse kinderen die gillend een behoorlijk stukje los van de grond kwamen. Angstig werden ik en de andere begeleiders beetgepakt. Het gesnik was niet van de lucht. Wat zal er nog meer gebeuren? Niets was meer wat het was. Overal werd wat gezien en iedere kraakje of zuchtje wind was eng. Gillend liepen we verder. Langs de spook die water over ons heen sproeide en langs de spook die angstaanjagende geluiden voortbracht. Maar het ergste spook was toch wel die witte, die een eindje verderop over het pad zweefde. Voor mijn gevoel hebben we uren stilgestaan. Al die tijd werd ik fijngeknepen door mijn buurvrouwen en –mannen. Mijn collega-moeder onderging al het zelfde lot. Diverse kinderen hadden zich aan ons vastgeklampt. Hopend dat het zo ietsje minder eng werd. Eindelijk liepen we verder. Dwars door het pikdonkere bos. Heel eerlijk gezegd zag ik geen hand voor mijn eigen ogen, maar ja, je moet verder, hè….. Het werd rustiger in de groep en de kinderen werden ietsje losser. De gespannen spieren ontspanden zich een beetje en de meesten dachten dat het engste nu wel geweest was. Sommigen begonnen zelfs te genieten van de tocht. Zo dacht de meester dat het wel tijd was om naar het openlucht theater te lopen. Deze was, zo’n zestig jaar geleden, midden in het bos gebouwd. Meester had de geweldige ingeving om met zijn zaklamp naar de tribune te gaan schijnen. Dit had hij beter niet kunnen doen, want het gegil was niet meer van de lucht. De collega-moeder en ik kwamen armen en schouders te kort. Snikkend en schreeuwend vlogen de kinderen ons om de nek. (Hellup, dit doe ik nooit weer!)

 

Wat was er aan de hand? Een meneer maakte nog een ommetje met zijn hond en liep boven langs de tribune van het openluchttheater. Tja, inderdaad eng, als je er over nadenkt.

 Maar uiteindelijk hebben we allemaal de tocht uitgelopen en zijn we, hier en daar zeer stram, gezond en wel weer in het huis teruggekeerd. Groep 7, jullie zijn echt klasse! GEWELDIG! 
 
Column