Home Column's Column 19

Column 19

Het ‘K-woord’

  

Tja, het ‘K-woord’. Dat kan natuurlijk van alles zijn. Er zijn een heleboel woorden die met een ‘K’ beginnen. Maar ik denk dat iedereen wel weet welk woord ik bedoel: Kanker.

 

Gewoon een rotziekte, die vele vormen heeft en gevangen zit in dit ene woord. Elke persoon op deze aardbol krijgt er mee te maken. Of het nu om familie, vrienden, kennissen of jezelf gaat. De ziekte is overal aanwezig.

 

Gelukkig kunnen ze in de medische wereld tegenwoordig heel veel, zodat het niet voor iedereen een dodelijke ziekte is. Maar vaak valt het tegen en krijgt iemand de onheilstijding te horen dat er niets meer aan te doen is. Het enige wat ze nog kunnen is het leven een tijdje rekken met chemokuren of bestralen.

 

Toen ik vier jaar oud was kreeg mijn vader te horen dat hij Kanker had, oftewel de ziekte van Hodgkin (klinkt wat vriendelijker). Er was iets nieuws uit Amerika over komen waaien: bestraling. Zo’n veertig jaar geleden was de bestraling niet zo goed ontwikkeld als nu het geval is. Gevolg: het goede nieuws was dat de Kanker overwonnen was, het slechte nieuws dat de bestraling het ruggenmerg en de ingewanden beschadigd had.  Het werd ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Nog achtentwintig jaar heeft hij het volgehouden om zo te leven. Wat een bewondering heb ik voor die man, nog steeds.

 

Zelfs mijn beste vriendin is overleden aan deze rotziekte. Het is werkelijk waar, ook jonge mensen wordt het niet bespaard. Lars heeft diverse malen in het ziekenhuis gelegen. Eén keer was er alleen nog plaats op de afdeling oncologie. Nooit zal ik die kindertjes vergeten. Zoals het meisje van zeven, met haar kale hoofdje en één been. Of het jongetje van vier, die een gezwel zo groot als een bowlingbal in zijn buik had. Zijn enige overlevingskans zat in de laatste kuur. Ook het jongetje van drie met leukemie, zit nog in mijn geheugen gegrift. En Lars? Die denderde er gewoon tussendoor met het infuus in zijn arm. Hij had geen boodschap aan hoe de kinderen er uitzagen, of ze wel of geen haar hadden en hoe dik hun buik was. Nee, hij vond ieder kind even aardig. En zo hoort het ook. Kleine kinderen hebben nog niet die eigenschap die wij als volwassene wel hebben. Ik noem het een vervelende eigenschap: Het niet meer durven benoemen wat er aan de hand is en er voor weglopen als iemand anders is. Want laten we eerlijk wezen, hoeveel mensen zijn er die het woord Kanker zo durven uit te spreken. Het is maar een woord! Echter een woord met een heel beladen betekenis. Maar ook een woord waar iedereen, vroeg of laat, ver of dichtbij, een keer mee te maken krijgt. Als klein kind werd ik er al mee geconfronteerd. Het hoorde bij ons gezin. Gek genoeg waren meerder personen in mijn omgeving daar mee eens. Mijn meisjesnaam is Danker, wat rijmt hier mooier op dan het woord Kanker. Dus regelmatig werd ik geconfronteerd met het woord. Opgroeiende kinderen kunnen ook hard zijn!

 

Kort geleden kreeg ik te horen dat deze vreselijke ziekte een nieuw slachtoffer heeft gevonden. Een persoon van mijn eigen leeftijd. Prognose: nog één jaar te leven.

 Wat als de voorspelling uitkomt. Wat moeten haar man en kind dan? Ik ken haar niet heel goed, maar toch heb ik even gejankt. Gejankt om het feit dat het zo oneerlijk is. Daarom moet het woord uitgesproken worden, zodat de slachtoffers van deze ziekte niet in de vergeethoek komen te staan en naast hun ziekte ook gewoon verder kunnen leven.  Help ze om weer normaal mens te kunnen zijn. 
 
Column